Active Ageing

Bij de ontwikkeling van de dienstverlening van Buro La Pauline werd gestuit op het gedachtegoed van Active Ageing en andere toonaangevende publicaties.

Het ‘Active Ageing’ is ontwikkeld door de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO). Het onderstaande is overgenomen, resp. samengevat uit de WHO publicatie Active Ageing, a policy framework, 2002.

Active Ageing, c.q. actief ouder worden, is het proces van het optimaliseren van de mogelijkheden voor gezondheid, participatie in de samenleving en veiligheid met het doel om de kwaliteit van leven te verbeteren als mensen ouder worden. Terwijl zij tegelijkertijd worden voorzien van adequate bescherming, veiligheid en zorg als ze dat nodig hebben.

Het woord “active” verwijst naar voortzetting van deelname aan het sociale, economische, culturele, spirituele en maatschappelijke zaken en niet alleen de mogelijkheid om deel te nemen aan het arbeidsproces. Ouderen die met pensioen gaan, en ook zij die ziek zijn of leven met een handicap, blijven dan actief bijdragen aan hun familie, collega’s en gemeenschap.

Vergrijzing vindt plaats binnen de context van vrienden, werk (collega’s), buren en familieleden. Dit is de reden waarom onderlinge afhankelijkheid alsook intergenerationele solidariteit belangrijke principes zijn van actief ouder worden.

Active Ageing wordt beïnvloed door een aantal factoren:

  • cultuur en geaardheid: de cultuur bepaalt de omgeving van het ouder worden en hoe daarmee wordt omgegaan. Hoe er tegen de fundamentele rollen van man en vrouw wordt aangekeken heeft een eenzelfde invloed
  • gezondheids- en sociale dienstverleningssystemen: met name de toegankelijkheid en het onderkennen van de behoeften van de ouderen zijn hier een factor
  • gedrag: alcohol, tabak, voeding, beweging, medicatie en therapietrouw
  • persoonlijke factoren: proces van het ouder worden, genetische eigenschappen en psychologische factorenfysieke omgeving: stad of platteland (bereikbaarheid voorzieningen), openbaar vervoer, veilige woonomgeving, valgevaar, schoon water, lucht en voedsel
  • sociale factoren: sociale ondersteuning, onderwijs, veiligheid en misbruik
  • economische factoren: inkomen, toegang tot werk (betaald en onbetaald) en sociale veiligheid.

De WHO komt tenslotte tot een groot aantal aanbevelingen om Active Ageing vorm te geven. De aanbevelingen worden verwoord in een drietal hoofdgroepen:

  • gezondheid: de risicofactoren minimaliseren en de beschermende factoren maximaliseren
  • participatie op sociaal economisch, cultureel en geestelijk terrein
  • veiligheid op sociaal, financieel en fysiek terrein, gericht op bescherming, waardigheid en zorg.

Het gedachtegoed van Active Senior Care is, naast bovengenoemde beleidsnotitie van de WHO, gebaseerd op Gezond Ouder Worden (RIVM, 2011),Gezondheid 2.0 (Raad voor Volksgezondheid en Zorg, 2010), Handleiding en toelichting bij de Zelfredzaamheidmatrix, GGD Amsterdam 2013 en ZZP VV01-VV04 in de thuissituatie, Bureau HHM, 2012.